Binnen afzienbare tijd zal een groot deel van de leeromgeving uit virtual reality bestaan. Jongens hebben dan het liefst een vliegende robot als docent, meiden willen juf Marie, een virtuele juf. Dat hebben Deense psychologen vastgesteld in een onderzoek naar de vraag hoe VR het beste is te gebruiken in een leeromgeving.

Het zal niet lang meer duren eer virtual reality een belangrijke rol gaat spelen in het onderwijs. Naar verwachting zullen de kosten de komende jaren sterk dalen, waardoor veel meer scholen ermee aan de slag kunnen en miljoenen kinderen er les mee zullen krijgen. Tech-grootmachten als Apple, Google en Samsung investeren al grote bedragen in het ontwikkelen van onderwijs-VR.

Wandelen door de bloedbaan

Met een VR-bril op kunnen leerlingen 3D-simulaties betreden van plekken die ze anders nooit zouden kunnen bekijken, omdat het te duur, te gevaarlijk of simpelweg fysiek onmogelijk is erheen te gaan. Een wandeling door de bloedbaan in het menselijk lichaam, een expeditie naar de plasticsoep in de oceaan of een labexperiment met gevaarlijke chemicaliën kan dankzij VR ineens tot het schoolcurriculum gaan behoren.

Maar hoe VR het beste in het onderwijs kan worden ingezet, is nauwelijks onderzocht. Assistent-hoogleraar Guido Markansky van het Virtual Learning Lab van de Københavns Universitet heeft daar nu verandering in gebracht. Hij publiceerde zijn bevindingen woensdag in het Journal of Computer Assisted Learning.

Meiden willen juf Marie

Een van de conclusies van Markansky’s onderzoek is dat in een virtuele wereld een docent net zo belangrijk is als gewoon in de klas. Bij onderzoek onder 66 kinderen van de laatste klassen van een Deense basisschool kwam wel een opvallend genderverschil aan het licht. Jongens leren het meest als die virtuele docent een vliegende robot is, terwijl meiden het meeste opsteken van Marie, een virtuele onderzoekster.

‘Het vermogen van leerlingen om zich te identificeren met de pedagogische vertegenwoordiger (zoals de psycholoog de virtuele docent noemt – red.), bepaalt mede hoeveel ze ervan leren’, zegt Markansky. Het inzetten van verschillende virtuele docenten voor jongens en meiden kan daarmee hun interesse in een bepaald vak en hun leervermogen vergroten. Door meiden vaker te laten doceren door een virtuele juf, zou hun interesse voor exacte wetenschappen aanzienlijk groeien.

Jongens daarentegen leren meer van robots of drones, stelt Markansky. Ze kunnen zich dan beter concentreren, wat mogelijk komt doordat ze in computergames vaker met drones en robots te maken hebben. Onconventionele virtuele leerkrachten, zoals een robot of een drone, zouden de jongens bovendien eerder associëren met de bijzondere kwaliteiten die superhelden worden toegeschreven – zoals het vermogen te vliegen, aldus de onderzoeker

Bron: De Ingenieur